Kledij in Lapland tijdens de winter
Hoe genieten van de kou ??
Uw eigen kledij
- Ondergoed: ademend materiaal zoals thermisch ondergoed
- Sokken: katoenen sokken onder de wollen sokken
- Broek: loszittend, fleece, katoen of vergelijkbaar
- Shirt: loszittend, eventueel hoge hals, katoen of vergelijkbaar
- Trui: wol, fleece of vergelijkbaar
- Attributen: (meerdere) handschoenen, muts, sjaal, eventueel een hoge hals
- Vest: wintervest
- Schoenen: winterschoenen (best geen lederen zool)
- Brede glimlach
Bij aankomst en vertrek zijn jullie aangewezen op eigen kledij. Ook dan kan het koud zijn... Het beste is met verschillende lagen te werken. De warmte komt immers van de lucht tussen de lagen. Drie lagen is een minimum voor het bovenlichaam maar ga gerust tot 5 lagen als het koud is (b.v. onderhemd zonder mouwen, onderhemd met korte mouwen (deze eventueel thermisch), sous-pull lange mouwen, hemd of trui en eindigen met een flees pull). Als je de safarikledij aantrekt volstaat voor het onderstel 1 broek (b.v. jeansbroek, fluwelen broek, trainingsbroek of andere). Als je zonder safaripak een wandeling maakt is een "caleçon", een lange onderbroek (al dan niet thermisch) of een wollen kousenbroek eronder niet te missen.
Safarikledij wordt verzorgd door de organisatie tijdens de reis. Lees aandachtig wat volgt, wellicht zijn grote inkopen niet echt nodig.
Safarikledij verzorgd door de organisatie tijdens de reis.
2. Noorse wollen sokken
3. Schoenen: tenminste één maat groter dan uw normale schoenmaat. Ruimzittende schoenen houden uw voeten warmer!
4. Sjaal
5. Sneeuwscooter overall
6. Balaclava – dunne skimuts onder de helm
7. Dikke wanten
8. Helm
Doe de wollen sokken die voorzien zijn best aan boven je eigen sokken. Zorg ervoor dat er steeds voldoende doorbloeding is van de tenen door ze regelmatig te bewegen. Draag steeds schoeisel dat ruim zit en niet spannend aansluit, precies om toe te laten de tenen voldoende te kunnen bewegen. Bij de safarikledij is goed schoeisel voorzien.
Wanten zijn voorzien bij de safarikledij. In wanten zitten alle vingers (behalve de duim) samen en dat is de beste garantie op warme handen. Breng gewone handschoenen mee voor de korte buitenperiodes.
Als je na een buitenactiviteit ergens komt waar het warm is, en daarna zijn er opnieuw activiteiten buiten gepland, open dan je safaripak. Zo kan het vocht weg dat ondertussen is opgestapeld tussen de laagjes en krijg je de warmte goed binnen.
Hang 's avonds de safarikledij open zodat deze kan uitdrogen en verluchten. Je hebt het overdag niet gevoeld, maar je hebt ongetwijfeld gezweet in het pak. Als het safaripak niet goed verlucht is bevriest het achterbleven vocht 's anderendaags meteen en zal het minder warmte geven dan de eerste dag.